Inleiding
door: Huub Mous

De enkele keren dat ik noodgedwongen het water op moet gebeurt dat met grote weerzin. Ik haat de golven, het deinen van het dek, het gekrijs van meeuwen, kortom, ik heb niets met de zee. Een kunstenaar die haar eigen werk als 'maritimisme' typeert, werpt dan ook bij voorbaat een enige hindernissen op voor een landrot als ik. Hennie de Boer is wat je noemt een zeebonk en haar kunst draagt daar de sporen van. Wie gesteld is op subtiele esthetiek, fijnzinnig materiaalgebruik of een geraffineerd spel met betekenislagen heeft in dit weerbarstige oeuvre niets te zoeken. Dit werk is vooral recht toe recht aan. Als er al sprake is van schoonheid, dan is die niet gezocht, eerder gevonden als de schrale buit van een strandjutter.

Daar is niets mis mee, integendeel. Ook Picasso beweerde immers dat niet zoeken, maar vinden het geheim was van zijn kunst. De artistieke aspiraties van Hennie de Boer zijn gevormd op het wad, in de jarenlange ervaring die zij daar al varend met haar schip Zeelandia heeft opgedaan. In dit werk ruik je dan ook de zilte lucht van de zee. Je kunt je zelfs afvragen of het wel geschikt is om op het droge getoond te worden. Misschien komt het wel het meest tot zijn recht op de grens van land en water, in een duinpan op Terschelling, bij de helling van een scheepswerf of zomaar aan het strand waar het wassende water langzaam weer bezit kan nemen van deze verweerde pronkstukken van Neptunus. De zee geeft en de zee neemt. Zo ging het immers sinds mensenheugenis. Die berustende gedachte lijkt ook in dit werk onuitgesproken aanwezig te zijn.

Op zee hoef je nooit het wiel uit te vinden. Vermeende originaliteit is hier eerder een symptoom van hoogmoed dan van overlevingskunst. Tegen het geweld van de elementen valt de macht van de verbeelding vaak in het niet. Maritieme schoonheid is zowel traditioneel als universeel. Als het gaat om de vormentaal van de gekromde lijn in de kiel van een schip kenden de Vikingen dezelfde grammatica als hedendaagse scheepsbouwers. Van Polynesië tot Spitsbergen heerst een zelfde esthetica van het water. Het is de eeuwige strijd tegen de verwering die de vergankelijkheid van alle materie genadeloos aan het licht brengt. Rust roest. De zee kent niet de weelde nog de vrije tijd noch de luxe van gepolijste materialen. Een sieraad kan vaak alleen in gestolen tijd vervaardigd worden, uit materiaal dat letterlijk voor handen is, oude en nieuwe kloten bijvoorbeeld met getaand touw en staal.

Hennie de Boer voegt zich met haar gevoel voor gekromde lijnen en weerbarstige materialen in een lange traditie van maritieme kunst. En toch geeft zij telkens weer een eigen vertaling aan eeuwenoude vormen die zij in weer en wind heeft opgevangen. Haar sculpturen ogen vaak als tekeningen in de lucht, alsof de immense ruimtelijkheid van het wad een gegeven is waar je de strijd maar beter niet mee aan moet binden. Als de wind je adem steelt zoekt het oog houvast. Ruimte zit dan ook niet in deze beelden zelf, maar in het weidse decor dat de inspiratie deed ontstaan. Ze rusten niet zozeer op de grond, maar zweven eerder in de lucht als een soort leuning voor het oog., zoals ook de zeilen en touwen van een schip een veilig silhouet vormen in de onmetelijke ruimte.

Soms lijkt het of de sculptuur een stukje ontvreemde werkelijkheid is dat als kunstwerk een nieuw leven is gaan leiden. De grens die de illusie scheidt van de realiteit wordt vaak moeiteloos genomen, soms zelfs tegen beter weten in. In haar vroege werk 'Strekdam doodlopend in het grijs' uit 1988 wordt een poging gedaan die grens daadwerkelijk te passeren. De concrete aanwezigheid van houten palen in de ruimte stuit hier frontaal op de tweedimensionale verbeelding van het schilderij aan de wand. Alsof ook hier al de berustende gedachte aanwezig is dat de esthetische illusie van een kunstwerk de ruige realiteit van de zee nooit kan overleven. Als de natuur de leermeester is van de kunst, dan is de zee wellicht haar meedogenloze leraar. Hennie de Boer verstaat de kunst om die oude les van het water keer op keer in de praktijk te brengen in een gelouterd kunstwerk.